Bij Marcus 4, 26-34, tijdens de voorafgaande vesper
Door Henri ten Have, pastoor
Als Jezus spreekt in gelijkenissen met beelden uit de landbouw of uit de natuur, dan gaat daar vaak iets rustgevend van uit, iets dat aanzet tot bezinning, net zoals de natuur zelf, bijvoorbeeld door een wandeling, aanzet tot bezinning. Zo kan dat ook gaan bij het evangelie van vandaag. Met beelden probeert Jezus uit te leggen, of beter gezegd, te illustreren, waarvoor Hij gekomen is. Hij is gekomen om het Rijk Gods te verkondigen. Als wij iets willen verkondigen doen we dat meestal aan de hand van toespraken, modellen, visies, schema’s op papier, of nog mooier, in een powerpoint-presentatie, waarbij ook het tijdspad beschreven staat waarbinnen een bepaald project gerealiseerd moet zijn.
Jezus gebruikt geen modellen of visies of schema’s want de werkelijkheid die Hij brengt, het Rijk Gods, is niet in schema’s te vatten, maar hooguit in beelden te schilderen. Het Rijk Gods is ook niet iets ver weg, maar het is er al werkzaam op het moment dat Jezus spreekt, het is al werkzaam in Zijn eigen persoon. Hij is zelf als het mosterdzaadje dat sterft in de aarde voor het nieuw leven brengt. Volgens exegeten moet Basileia tou Theou ook niet vertaald worden met Rijk Gods, als of het een iets is, een ding of toestand, maar als een werkwoord, het regeren van God, het zorgen, besturen of leiden van God. Als Jezus dus spreekt over het Rijk Gods, dan wil Hij dus vertellen op welke manier God werkt. De beelden die Hij gebruikt kunnen zowel teleurstellend als bemoedigend zijn.
Teleurstellend zijn de beelden van Jezus, voor degenen die precies willen weten hoe het zit, duidelijk afgebakend en gepland. Mosterdzaadjes en andere zaden: het is natuur, het is iets levends, en kan altijd anders lopen dan je denkt. Het is ook teleurstellend als je ongeduldig bent, want, zoals iemand eens zei: gras groeit niet harder door eraan te trekken. Als je deze en andere illusies of teleurstellingen over het Rijk Gods, het werken van God verwerkt en aanvaard hebt, dan worden de voordelen duidelijk. Want onze ideeën over hoe God werkt, kunnen er naast zitten. Als het niet loopt zoals wij hoopten of dachten, worden we soms boos op God of onszelf. Deze parabel vertelt ons, dat God ook werkt zonder dat wij het zien, zoals het zaad onder de grond bezig is te ontkiemen, terwijl wij misschien denken dat er niets gebeurt of vinden dat het veel te lang duurt. Het gaat soms niet snel genoeg, maar deze parabels nodigen ons uit tot geduld, en daarmee ook tot relativering, en tegelijk tot hoop, dat iets wat nu niets lijkt, of niets meer lijkt, weer wat kan worden.
Ook het verloop van de kerkgeschiedenis kent periodes van bloei en verval, net als de natuur. Nu bevinden zij ons in een periode die door velen als crisis, verval of verlies van kerkelijkheid en geloof wordt ervaren. Dat kan ook zo zijn, maar de les van de geschiedenis, en van de parabel nodigen ons uit om het geduld en de hoop niet te verliezen. Het gaat niet om een passief afwachten, zoals de landbouwer de akker wel moet besproeien, en ook van onkruid en wilde dieren en andere gevaren vrijhouden, zo kunnen ook wij actief mee werken met het werken van God, het Rijk Gods. Zo kunnen wij ook parochie zijn: niet als iets dat van ons is, want het is Gods akker en God geeft de groeikracht. De parabel nodig ons ook uit tot oplettendheid: waar zien wij dat God ons leidt. Dat is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden. Zeker niet in een situatie met verschillende meningen en gevoelens, en waar het niet altijd duidelijk is, wat de goede weg is, of in situaties van crisis. Deze parabel lost dat allemaal niet op, maar nodigt ons wel uit tot houding die nodig om stand te houden, tot geduld, trouw, rust en volharding, en het vertrouwen dat wij in Gods hand zijn.