• Zaterdag 25 Juni : Uit profeet Jesaja 61,9-11.
    Uw nageslacht zal bekend zijn bij de volken, uw nakomelingen bij alle naties. En allen die hen zien, zullen weten dat zij het vokl zijn dat de Heer gezegend heeft. Ik vind grote vreugde in de Heer, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden. Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen, zo laat God, de Heer, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog van alle volken.
  • Zaterdag 25 Juni : Uit het 1e boek Samuël 2,1.4-5.6-7.8abcd.
    De Heer doet mijn hart van vreugde slaan mijn God heeft mijn hoofd omhoog geheven. Nu sta ik mijn medebedingers te woord omdat ik zijn bijstand geniet. De bogen der dapperen worden gebroken de zwakken worden met kracht omgord. De rijken moeten hun brood gaan verdienen die honger leed hoeft geen werk meer te doen De kinderloze baart er zeven, de schoot van de moeder verdort. De Heer beschikt over sterven en leven, Hij leidt naar de dood en roept weer terug. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom vernedering brengt Hij en eer. Hij de onmachtige uit het stof verheft uit het vuil de geringe; Hij geeft hem een zetel onder de vorsten. Want Hij is de Heer van de zuilen der aarde waarop Hij de aardschijf heeft geplaatst.
  • Zaterdag 25 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 2,41-51.
    De ouders van Jezus reisden ieder jaar, bij gelegenheid van het paasfeest, naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. Maar na afloop van die dagen bleef het kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten. In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden. Omdat zij Hem niet vonden, keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar hij te midden van de leraren zat, naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoor­den. Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij versla­gen. Zijn moeder zei tot Hem: 'Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.' Maar Hij antwoordde: 'Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?' Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.
  • Zaterdag 25 Juni : H. Johannes Eudes
          Maria kijkt naar ons en houdt in zekere zin van ons zoals haar Zoon en als haar eigen kinderen, die deze glorieuze hoedanigheid om twee redenen dragen. Op de eerste plaats omdat ze de moeder van de Leider is, van het Hoofd, ze is daarom de moeder van zijn ledematen (cf Kol 2,19). In de tweede plaats omdat onze Verlosser, ons op het kruis aan zijn moeder gegeven heeft in de hoedanigheid van haar kinderen. Hij heeft ons ook haar gegeven, niet alleen in de hoedanigheid van koningin en vorstin, maar in de meest voordelige hoedanigheid die we ons kunnen voorstellen dat wil zeggen in de hoedanigheid van moeder, door aan ieder van ons te zeggen wat Hij tegen zijn geliefde leerling zei: “Daar is uw moeder”. En Hij heeft ons aan haar gegeven, niet alleen in de hoedanigheid van dienaren of slaven, wat al een grote eer voor ons zou zijn, maar in de hoedanigheid van kinderen.       “Zie daar uw zoon”, zei Hij tegen haar, daarmee sprekend over ieder van ons in de persoon van de heilige Johannes, alsof Hij daarmee zei: “Daar zijn al mijn ledematen die ik u geef om uw kinderen te zijn; ik zet ze in mijn plaats opdat u naar hen kijkt zoals Ikzelf kijk, en dat u van ze houdt met dezelfde liefde waarmee u van Mij houdt; houdt van hen zoals Ik van hen houd”. Moeder van Jezus, u kijkt naar ons en houdt van ons als van uw eigen kinderen, en als de broeders en zusters van uw zoon Jezus, en met eenzelfde hart; u houdt van ons en u zult eeuwig van ons houden met dezelfde moederlijke liefde, waarmee u Hem liefheeft.       Daarom mijn zusters en broeders, zoek in uw zaken, benodigdheden, vertwijfeling en droefheden, toevlucht bij dat hart van de liefdevolle Moeder. Het is een hart dat altijd over ons waakt en over de kleine dingen die ons raken. Het is een hart vol met goedheid, met zachtmoedigheid, met barmhartigheid en vrijheid, dat iemand die haar met nederigheid en vertrouwen aanroept, getroost terugkeert.
  • Vrijdag 24 Juni : Uit de profeet Ezechiël 34,11-16.
    Zo spreekt God de Heer: 'Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen. Zoals een herder omziet naar zijn schapen, als die verstrooid zijn geraakt, zo zal ook Ik naar mijn schapen omzien en ze veilig terugbrengen van alle plaatsen waar ze verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en dichte duisternis. Ik zal ze terugvoeren uit de volken, ze samenbrengen uit de landen en ze leiden naar hun eigen grond; Ik zal ze weiden op de bergen en in de dalen van Israël, op alle weideplaatsen van het land. Op goede weidegrond zal Ik ze weiden, het hoogland van Israël zal hun weideplaats zijn. Daar zullen ze legeren op goede plaatsen en grazen in welige weiden op de bergen van Israël. Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen, luidt de godsspraak van God de Heer. Het verloren dier zal Ik zoeken, het afgedwaalde terughalen, het gewonde verbinden, het zieke sterken, de vette en sterke dieren bewaren; Ik zal ze weiden zoals het behoort.
  • Vrijdag 24 Juni : Psalmen 23(22),1-3a.3b-4.5.6.
    De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed. Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden, omwille van zijn Naam. Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en uw herdersstaf, geven mij moed en vertrouwen. Gij nodigt mij aan tafel tot ergernis van mijn bestrijders. Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol. Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven. Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.
  • Vrijdag 24 Juni : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 5,5b-11.
    Broeders en zusters, liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken. Want Christus is voor goddelozen gestor­ven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. Niet licht zal iemand zijn leven geven voor een rechtvaar­dige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerecht­vaardigd zijn door zijn bloed, dank zij Hem ontko­men aan de toorn. Toen wij vijanden waren, zijn wij met Goed verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder zullen wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. En dat niet alleen: nu reeds juichen wij in God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"